August 29, 2026

De Jan Eef


Buiten Amsterdam, in het gebied van Sloten, plande de stad in het begin van de 20e_eeuw een nieuwe moderne uitbreiding: Plan West. Nog voordat een annexatie van een deel van Sloten geregeld was, werd er al over namen voor de nieuwe straten nagedacht: het zouden maritieme thema's worden. De centrale Jan Evertsenstraat werd genoemd naar de Zeeuwse zeeheld Johan Evertsen (1600-1666).


Voorbij De Krommert

De Krommert, op de achtergrond de Admiraal de Ruiterweg (1927).


Met de aanleg van de Admiraal de Ruiterweg had Amsterdam de rand van het stedelijk eigendom bereikt. En de Slotenaren waren niet erg geneigd om zo maar grond af te staan. Bovendien lag in de bocht van de Admiraal de Ruiterweg De Krommert, een watergang, oftewel een poldersloot die zorgde voor afvoer en berging van water in Sloten. Bij een eventuele verkoop en verdere uitbreiding van Amsterdam moest daar rekening mee worden gehouden.

De voorbereidingen kostten tijd, maar op vrijdag 5 november 1920 was het zover. De Tweede Kamer vergaderde over het verzoek van Amsterdam. Tegenstanders vonden de annexatie onverstandig en voorspelden dat het zedelijk verval zou toenemen als het gezonde platteland zou verdwijnen. Maar Willem Hendrik de Buisonjé, naast Tweede Kamerlid ook wethouder van Sloten, pleitte voor annexatie. De Buisonjé beweerde dat een grote minderheid van de gemeenteraad voor was – naar later bleek ten onrechte.  De Slotenaren waren verbijsterd over de leugen van hun wethouder maar het leed was geleden. De “Verrader van Sloten” verliet de Tweede Kamer en gaf ook zijn Wethouderschap op. Hij verhuisde naar Berlijn.  

1924, ontwerp van Berlage


Misschien een schrale troost, maar wel interessant is dat Plan West niet vanaf het perspectief van de stadsrand (de bocht in de Admiraal de Ruyterweg, die de naam De Krommert erfde) werd ontworpen, maar met het Mercatorplein als centraal punt. Het werd een Amsterdamse School Project. Berlage ontwierp het Mercatorplein, inclusief de huizen. De ramen zijn bijvoorbeeld zo gemaakt dat je vanuit de huiskamer goed rond kunt kijken over het plein. Aan de voorkant van de winkels kwamen luifels: de Jan Evertsenstraat met vooral kleine zelfstandigen werd in 1925 de eerste overdekte winkelstraat van Amsterdam. Het gaf de buurt cachet. Op vrijdag was er een levendige markt in de Vespuccistraat. In onder andere de Marco Polostraat was op de begane grond opslagruimte voor de marktkoopmannen.

Staal en Van der Mey ontwierpen de hoeken van de overige bouwblokken aan de Jan Evertsenstraat. De huizen aan de zijstraten werden door de aannemersbedrijven vormgegeven. De buurt was bedoeld voor arbeiders, veelal afkomstig uit de verwaarloosde binnenstad. De nieuwe woningen van zo’n 50 vierkante meter hadden drie kamers, een eigen wc en een balkon waar de was kon drogen. De economie groeide in de jaren twintig van de vorige eeuw en het was een bewijs van welvaart als van één inkomen rond gekomen kon worden en de vrouwen niet meer buitenshuis hoefden te werken. Geen ordinaire levendigheid op straat meer was het idee, de huisvrouwen konden de dag in hun eigen huis doorbrengen. De praktijk bleek anders. Vanuit de ramen, dwars over de brede straten, hielden de bewoonsters uitgebreid contact met elkaar. Geen onderwerp werd gemeden. Ik heb van 1974 tot 1984 in de Marco Polostraat gewoond en herinner me bijvoorbeeld de levendige discussie toen mijn overbuurvrouw luidkeels vanuit haar raam de buurt vertelde dat haar dochter voor het eerst ongesteld was geworden.

Het was ook een gemoedelijke buurt. In de zomer liep er een ijsjesman door de buurt en in de winter de man die zich luidkeers aankondigde met “Berliner bollen, lekker bij de koffie, lekker bij de thee”. In 1979 werd de trambaan in de Jan Eef vernieuwd en dat werd afgesloten met een groots buurtfeest waar bijna alle 112 winkeliers aan meededen. Het leek allemaal mooi.


Ommekeer

Jan Eef, 1982


Tot ver in de jaren zeventig promote de gemeente het overloopbeleid. Wat in de jaren twintig een mooie arbeiderswoning was, werd zestig jaar later beschouwd als een te kleine gezinswoning. Vanuit mijn straat verhuisde de een na de ander naar De Banne. Maar ook Purmerend en Lelystad werden in de buurt populaire bestemmingen. Rond 1980 bleek dat de gemeente wel had nagedacht over deze verhuizingen, maar niet over wie dan de nieuwe bewoners van de Jan Evertsenwijk zouden moeten worden en hoe die nieuwe bewoning aangestuurd zou moeten worden.

De Amsterdamse bevolking kelderde van 850.000 in 1960 naar minder dan 700.000 inwoners begin jaren tachtig. De Jan Eef verloederde in een hard tempo. In de Hudsonstraat, waar een vriendin van mij woonde, kwamen elke dag talloze junks doop halen. De nood van de Turkse en Marokkaanse bevolking, waarvan in de late jaren zeventig procent werkeloos raakte, veroorzaakte ook ellende. De Turkse maffia vergaderde in koffiehuizen in de buurt en schoot makkelijk. Ook de opslag van de marktkoopman in ons pand moest er op een nacht aan geloven. Klaarblijkelijk was er daar meer te halen dan alleen groenten. Zeventig tot tachtig procent van de mensen in de buurt voelde zich onveilig en wilde weg. De cohesie verdween.

Vanaf 1990 is er door het stadsdeelbestuur, de bewoners en politie voortdurend geprobeerd de boel weer op de rails te krijgen. Het ging met horten en stoten. In 2007 werd het stadsdeel een probleemwijk, waardoor extra aandacht en geld beschikbaar kwam. De moord van Amsterdamse juwelier Fred Hund in 2010 was een dieptepunt. Daarna ging het langzaam weer beter. 


Oranje Loper

In 2025 is in het kader van het project Oranje Loper begonnen met de herinrichting van de Jan Evertsenstraat, een project dat net is afgerond. Er is onder andere meer aandacht gekomen voor het langzame verkeer. De buurt is inmiddels ook ontdekt door starters. De honderd jaar oude arbeiderswoningen van vijftig vierkante meter zijn in trek en worden aangekocht voor vier ton of of meer. 

Het is de moeite waard om eens te gaan kijken in de Jan Evertsenbuurt anno 2026 en daarbij ook te bedenken dat sommige dingen niet veranderen. Wandel bijvoorbeeld eens van het Mercatorplein naar de Krommert. Begin bij Aladdin’s Notenhoek, dat al 65 jaar jaar een familiebedrijf is en loop naar de beroemde Snackbar Marja, die uit de jaren dertig van de vorige eeuw dateert en nu ook heerlijk ijs verkoopt!



Noot:

Eind jaren zeventig maakte de gemeente een omslag en koos in plaats van het overloopbeleid voor de compacte stad. De uitvoering daarvan had pas veel later effect.


Bronnen:

Beeldbank Amsterdam

2001: https://onsamsterdam.nl/artikelen/75-jaar-jan-evertsenstraat-0

2004: https://onsamsterdam.nl/artikelen/110-jaar-stad-in-cijfers#:~:text=Vooral%20het%20Amsterdamse%20overloopbeleid%20vanaf,dan%20700.000%20begin%20jaren%20tachtig.

29-1-2013: Ik geef om de Jan Eef

2014: http://www.geefomdejaneef.nl/zonder-actieve-betrokken-bewoners-red-je-het-niet/

2020: https://onsamsterdam.nl/artikelen/annexaties-1921-de-verrader-van-sloten-bijna-geen-mens-wilde-bij-amsterdam-horen