Waalse wezen en een Gouden Ketting

In 1615 verhuisden de Waalse Maria Mott en haar man Eliseas Haerel met hun acht kinderen van Aken naar Amsterdam. In 1611 had de protestante bevolking in Aken weliswaar de macht gegrepen, maar het bleef onrustig en in 1614 deed het Spaanse leger het tij weer keren. Eliseas en Maria vertrokken naar het protestante Amsterdam.
Maria was begaan met de vele wezen in de stad. Waalse wezen werden aanvankelijk door de kerk uitbesteed naar gezinnen of ondergebracht in het Burgerweeshuis, maar in 1631 werd een weeshuis in de Laurierstraat geopend. De directe aanleiding was dat het Burgerweeshuis besloot alleen nog weeskinderen op te nemen waarvan de ouders poorter van de stad waren geweest. Het weeshuis aan de Laurierstraat zou tot 1671 dienst doen, daarna werd het vervangen door het grote gebouw aan de Vijzelgracht.
Maria was vanaf het begin een van de regentessen van het weeshuis. Ouderlingen of diakenen van de kerk functioneerden als regenten. De mannen wisselden elke een of twee jaar, de regentessen vormden een stabiele groep, waardoor ze relatief veel invloed hadden.
Uiteraard waren de regenten formeel verantwoordelijk voor grote aankopen en voor de financiële zaken. In de praktijk regelden de regentessen veel en zij keken ook de rekeningen na die de regenten vervolgens betaalden. De regentessen waren ook verantwoordelijk voor de huishoudelijke gang van zaken en hielden toezicht op de naaischool. Daar konden zowel weesmeisjes als andere arme kinderen gratis lessen volgen. Meisjes uit overige gezinnen moesten betalen.

Van links naar rechts de regenten: Philippe Serrurier de Oude (voor 1580 – 1654 Amsterdam), regent-ouderling 1632-’33, 1639-’40, 1643-’44, 1647-’48 2. Daniël Godin (Antwerpen? 1575/’76 – 1644 Amsterdam), regent-ouderling 1633-’34, 1638-’39 3. Daniël de Hochepied (Keulen 1592 – 1662 Amsterdam), koopman, regent-diaken 1632-’33, 1637-’38 4. Isaac Hattevier (Keulen 1596/’97 – 1658 Amsterdam), regent-diaken 1633-’34, ’38 ; regent-ouderling 1642-’43, 1646-’47. Van de regentessen uit de begintijd heb ik helaas geen afbeelding kunnen vinden.
Eliseas en Maria hebben ongetwijfeld mee betaald aan de oprichting van het Waalse Weeshuis. Maar het is hun Huis met de Gouden Ketting dat een Amsterdamse stadslegende werd.
Eliseas en Maria lieten bij aankomst in Amsterdam een huis bouwen – nu Keizersgracht 268 – dat ze in 1620 betrokken. Het huis bleef tot 1689 in de familie. Eliseas was een succesvolle lakenhandelaar die vaak onderweg was en ook risico’s durfde te nemen in een roerige tijd. Zo vervoerde hij ook een kostbare baal laken door de stof met een ijzeren ketting op een kar vast te sjorren. Toen de baal bij aankomst nog intact bleek, liet hij een stuk van de ketting vergulden en als gevelteken aan zijn huis hangen. Een reclame voor zijn vakmanschap dat er nog altijd hangt.

In 1643 werd voor het eerst in de archieven melding gemaakt van de Gouden Ketting. De ketting werd – voordat er huisnummers waren – gebruikt als wegwijzer: het is een huis "Staande tegenover de Gouden Ketting" of "Zeven huizen van de Gouden Ketting". We komen de verwijzing zelfs tegen in Sara Burgerhart, het boek dat Betje Wolff en Aagje Deken schreven aan het eind van de 18e- eeuw.
Er zijn in de loop van de eeuwen veel verhalen verteld over de Gouden Ketting. Was het een waarschuwing, een ereteken, een overblijfsel van een echtelijke twist of toch een teken van voorspoed en geluk? Pas in 1998 werd het familiearchief gevonden waaruit bleek dat “lakenhandelaar Eliseas Haerel met vrouwe en acht kinderen” het huis had gebouwd en dus degene moet zijn die de vergulde ketting aan het huis heeft gehangen.
Bronnen:
Stadsarchief Archief van de Waalsch Hervormde Gemeente
Doorgegeven-Zorg_De-schilderijen-van-Stichting-Hospice-Wallon-1753805402.pdf
Een overzicht van de vele verhalen over de Gouden Ketting is te vinden bij: Ons Amsterdam: Stadslegenden: Huis met de Gouden Ketting, 13 februari 1998, en bijVereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad: https://www.amsterdamsebinnenstad.nl/binnenstad/201/k268.php
